Login

Het is eigenlijk bizar om een wedstrijd te spelen die helemaal nergens meer om gaat, want dat was Messemaker 2 – Almere 1: zij waren al gedegradeerd, wij waren al kampioen. Een grande finale was het dus niet. Dat gaf de match een enigszins obligatoir karakter, maar individuele belangen waren er zeker: Ivo zou 2100 halen als hij won van hun bord 1 speler (dat geeft hem toch de nodige allure). Ik zocht ook het volle punt, want dan was ik topscorer in klasse 3E. De anderen wilden vooral het seizoen goed afsluiten of hadden misschien nog een licht teleurstellend seizoen goed te maken.

 

En route hoorde ik (als chef d’équipe) dat de aanvangstijd van de match 12:00 was, terwijl wij in de veronderstelling waren dat we ‘gewoon’ 13:00 zouden beginnen. Uiteindelijk maakten we nog wel op tijd doch met enige gêne onze entree bij Messemaker. Enfin, de match kon beginnen.

 

Ivo (“bord 1, wit”) had helaas geen tegenstander; die had zich een uur voor de wedstrijd ziek moeten melden. Messemaker stond voor een vervelende keuze: bord 1 leeglaten of een 1600-speler optrommelen als invaller. Ik vond de eerste optie eigenlijk wel elegant. Zo werd onze bon-vivant gedegradeerd tot toeschouwer, wat als voordeel had dat hij voor mij de honneurs kon waarnemen. De 2100-barrière zie ik hem zeker nog doorbreken, want zijn rating stijgt lineair. 1-0R

 

Dennis (bord 2, zwart) leek op een goed eindspel af te stevenen, maar op het moment suprême maakte hij een ravage van zijn stelling. Gelukkig leed zijn humeur niet onder deze blamage. 1-1

 

Duncan (bord 3, wit) speelde een bijzonder sterke partij tegen één van hun sterkere spelers: Rob Hoogland (1949). Hij kon zijn stelling stukje bij beetje blijven verbeteren en had aan kleine middelen genoeg om één en daarna twee pionnen te winnen. Een uitzonderlijk ‘volwassen’ partij van het Almeers protegé. 2-1


 

Ook zijn broertje Oscar - die nog iets jonger, maar net zo getalenteerd is - kwam door de ballotage. Met zijn 11 jaar en 1700 rating is hij verre van een enfant terrible. Op bord 8 tegen Frank Michielen (1769) zou hij zeker een goede partij moeten kunnen spelen. Dat deed hij ook, totdat hij in het middenspel voor de lange rokade koos. Oscar kwam er snel achter dat de damevleugel geen veilig vaarwater was voor zijn koning. Het joie de vivre van de debutant was gelukkig onaangetast. De ambiance en de statuur van Almere 1 zijn natuurlijk ook magnifiek. 2-2

 

Over slechte koningen gesproken. Diederic (bord 6, zwart) liep in de opening averij op toen hij Lb5+ moest beantwoorden met …Ke8-f7. Na de wedstrijd zei hij me tête-à-tête dat hij toen al verloren dacht te staan. Du moment speelde Diederic va-banque (en had daar uiteraard carte blanche voor), want zijn stelling was inferieur totdat zijn tegenstander lang rokeerde. Al gauw zwermden de zwarte stukken als aasgieren rond de witte koning op c1 en een vulgaire paardvork was de coup de grâce. 3-2

 

Ook Caspar (bord 5, wit) kennen we als meedogenloze aanvalsspeler die zonder blikken of blozen stukken offert en alle schepen achter zich verbrandt. Ook nu was het weer raak. Na goed uit de opening te zijn gekomen, deelde hij op zet 19 al de beslissende klap uit in een flitsende partij. Chapeau! Zonder enig dedain nam Caspar de felicitaties in ontvangst. 4-2

 

Ik had een déjà vu toen ik Richard (bord 7, wit) tegen de isolani zag spelen. Dat type structuur is bekend in zijn repertoire, je zou hem zelfs een routinier kunnen noemen, maar hij kwam à la minute slechter te staan na een pointe van zijn tegenstander gemist te hebben. Misschien was Richard nog van zijn à propos omdat we te laat waren. Doordat zijn tegenstander ook niet van het niveau Maxime Vachier-Lagrave was, kon Richard nog een barricade opwerpen in het toreneindspel en bereikten de spelers een impasse. 4½-2½.

 

Ik (bord 4, zwart) kon aantonen dat mijn tegenstander zijn stukken niet zo goed had neergezet en won daarmee en passant een New In Chess Yearbook met een surplus van 0.5 punt.

om commentaar te geven